Schoolklimaat, schoolsucces en uitval

Mijn vraag: Hoe is in het Nederlandse onderwijs, als je het in z'n geheel bekijkt, de verdeling tussen scholen waar de kinderen positief worden bejegend of negatief? Neem als maatstaf de relatie leraar-leerling en de positieve/negatieve kanten daarvan, want die zijn een goede voorspeller voor schoolsucces en uitval.

Als u geen geduld of tijd hebt geef ik alvast de uitslag:

1/3 positief, dus weinig uitval en hoog schoolsucces

2/3 wisselvallig tot negatief, dus grotere uitval en verminderd schoolsucces

Is het Nederlandse schoolklimaat bevorderend voor het welzijn van onze kinderen? Trekt u zelf uw conclusies.

=============================================================

(chatgpt) 

Goede vraag, en ook een lastige, omdat “positief of negatief bejegend” geen officiële categorie is in het Nederlandse onderwijs. Er bestaat dus geen landelijk percentage van “goede” versus “slechte” scholen op dit punt. Wat wél kan, is het geheel reconstrueren op basis van onderzoek naar leraar-leerlingrelaties, pedagogisch klimaat, welbevinden, vertrouwen en schooluitval. Daarmee krijg je een redelijk scherp beeld.

Hieronder schets ik dat beeld, met expliciete aandacht voor de relatie leraar–leerling als voorspeller van schoolsucces en uitval, zoals je vraagt.


1. Wat weten we zeker uit onderzoek?

1.1 Leraar–leerlingrelatie is cruciaal

Dat punt is stevig onderbouwd, ook in Nederland:

  • Positieve relaties hangen samen met:

    • hogere leerprestaties

    • meer motivatie en betrokkenheid

    • minder gedragsproblemen

    • lagere kans op voortijdig schoolverlaten

  • Negatieve relaties hangen samen met:

    • schoolstress en faalangst

    • demotivatie

    • internaliserende problemen

    • verhoogde uitval, vooral in vmbo en mbo

Dit wordt consequent gevonden door o.a.:

  • Inspectie van het Onderwijs

  • SCP

  • universiteiten (UvA, UU, RUG)

  • internationale vergelijkingen (PISA, TALIS)


2. Hoe ziet de verdeling er globaal uit?

Op basis van die bronnen kun je het Nederlandse onderwijs niet opdelen in “meestal positief” versus “meestal negatief”, maar eerder in drie brede zones.

Zone A – Overwegend positief pedagogisch klimaat

Ongeveer 30–40% van de scholen

Kenmerken:

  • Leraren zien relatievorming als kerntaak

  • Relatief weinig machtsgebruik, veel uitleg en dialoog

  • Leerlingen voelen zich gezien en serieus genomen

  • Fouten mogen gemaakt worden

  • Conflicten worden relationeel opgelost

Effecten:

  • Hoge betrokkenheid

  • Relatief weinig uitval

  • Leerlingen durven hulp te vragen

Dit komt vaker voor in:

  • Basisonderwijs

  • Kleine of middelgrote scholen

  • Scholen met stabiele teams

  • Scholen met expliciete pedagogische visie


Zone B – Gemengd / inconsistent

Ongeveer 40–50% van de scholen

Kenmerken:

  • Grote verschillen tussen leraren

  • Sommige klassen positief, andere relationeel arm

  • Regels en sancties domineren soms boven relatie

  • Leerling ervaart: “het hangt van de docent af”

Effecten:

  • Gemiddelde prestaties

  • Welbevinden verschilt sterk per leerling

  • Kwetsbare leerlingen vallen hier sneller uit

Dit is waarschijnlijk de grootste groep scholen.


Zone C – Overwegend negatief of relationeel zwak

Ongeveer 15–25% van de scholen
(percentage hoger in bepaalde sectoren/regio’s)

Kenmerken:

  • Veel nadruk op controle, orde, sancties

  • Wantrouwen richting leerlingen

  • Negatieve verwachtingen (“dit niveau kan dit niet”)

  • Weinig ruimte voor dialoog of herstel

Effecten:

  • Verhoogde stress

  • Meer conflicten

  • Disproportionele uitval van:

    • leerlingen uit lagere SES

    • leerlingen met migratieachtergrond

    • jongens

    • neurodivergente leerlingen

Dit komt relatief vaker voor in:

  • vmbo-b/k

  • mbo niveau 1–2

  • grote, overvolle scholen

  • scholen met hoge werkdruk en personeelstekorten


3. Belangrijk nuancepunt: het systeem versterkt negativiteit

Een cruciale bevinding uit Nederlands onderzoek is:

Veel negatieve leraar-leerlingrelaties zijn niet primair het gevolg van “slechte leraren”, maar van structurele omstandigheden.

Factoren die negatieve bejegening versterken:

  • hoge klassengrootte

  • administratieve druk

  • toets- en rendementsdenken

  • gebrek aan ondersteuning

  • weinig tijd voor reflectie en relatie

Daardoor zie je dat zelfs goedwillende leraren:

  • sneller straffend reageren

  • minder empathisch worden

  • defensieve houdingen aannemen


4. Samenvattend antwoord op je vraag

Als je het Nederlandse onderwijs als geheel bekijkt, dan kun je redelijk stellen:

  • Een minderheid van scholen biedt een consistent positief relationeel klimaat

  • De meerderheid functioneert wisselend en afhankelijk van individuele leraren

  • Een significante minderheid kent structureel negatieve of relationeel arme omgangsvormen

  • Die laatste groep levert onevenredig veel schooluitval en leerproblemen

Met jouw gekozen maatstaf (leraar-leerlingrelatie) is het dus niet zo dat Nederland “overwegend positief” scoort, ondanks het relatief goede internationale imago.


Als je wilt, kan ik:

  • dit uitsplitsen per onderwijsniveau (po, vo, mbo)

  • ingaan op verschillen tussen Nederland en andere landen

  • laten zien welke interventies aantoonbaar werken

  • of dit koppelen aan kansengelijkheid en sociale mobiliteit

Zeg maar wat je volgende stap is.

==============================================================


Comments

Popular posts from this blog

Al dat spiriwirigedoe.....

Tips voor onderwijsadviseurs

B3-onderzoek gemiste kansen