Waarom praktische vorming nog steeds afstraffen?
Opinie: Onderwijsinspectie, stop met straffen van praktisch talent
Vmbo-leerlingen die van een theoretische leerweg overstappen naar de praktische variant tellen als onvoldoende. Dat moet anders, stelt Wilco Leeflang, directeur van een vmbo-school.
De Inspectie van het Onderwijs hanteert een beoordelingsmodel waarin de overstap van de theoretische naar de kaderberoepsgerichte leerweg op het vmbo als een achteruitgang wordt gezien. Terwijl de samenleving schreeuwt om praktisch geschoolde vakmensen, straft zij bewuste keuzes van leerlingen voor een praktische opleiding af. Het levert de school minpunten op in de beoordeling.
Als schoolleider van een prachtige school in Elburg zie ik steeds meer leerlingen met een theoretisch basisschooladvies vanuit interesse, talent of motivatie, bewust kiezen voor onze praktijkgerichte leerroutes. Terwijl we landelijk de zorgwekkende trend zien dat steeds minder jongeren voor het vmbo en het mbo kiezen, ligt het aandeel mbo-geschoolden in Nunspeet, Elburg en Oldebroek ruim 10 procent boven het landelijk gemiddelde. Dat is goed nieuws, want de maatschappij heeft praktisch opgeleide vakmensen hard nodig voor het oplossen van de woningnood, het realiseren van de energietransitie en het opvangen van de vergrijzing.
Het frustreert mij mateloos dat de keuze voor praktisch leren in het inspectiemodel als afstroom wordt beoordeeld. Het laat zien dat er een kloof is tussen wat leerlingen nodig hebben en hoe het systeem functioneert. Want: ‘afstroom’ betekent in veel gevallen helemaal geen verlies. De theoretische en de kaderberoepsgerichte leerweg leiden uiteindelijk naar hetzelfde mbo-niveau. Een leerling die ontdekt dat een praktische route beter past, maakt juist een verstandige keuze. Voor veel leerlingen betekent een overstap naar kader meer motivatie, meer succeservaringen en uiteindelijk een steviger toekomstperspectief. En toch is die overstap voor scholen nadelig.
De gevolgen zijn groot. Scholen krijgen een prikkel om ‘afstroom’ te vermijden, zelfs wanneer dat niet in het belang van de leerling is. De verleiding is groot om jongeren vanuit organisatiebelang vast te houden op routes waar hun talenten en interesses niet liggen.
Het huidige model kent een fundamentele paradox: het beloont theoretische routes, terwijl de maatschappij praktisch vakmanschap zo hard nodig heeft. Zonder technici, monteurs, zorgprofessionals en bouwvakkers loopt Nederland vast. Als we menen dat we in dit land vakmensen nodig hebben, moet het toezicht daarop aansluiten. Alleen dan kunnen scholen echt hun rol vervullen: talenten ontdekken, stimuleren en leerlingen voorbereiden op de toekomst.
In recente Kamerstukken kondigt de Inspectie aan dat scholen vanaf 2027 niet langer automatisch het eindoordeel ‘onvoldoende’ krijgen wanneer zij tekortschieten op de onderwijsresultaten. Dat is een stap in de goede richting, omdat hiermee wordt erkend dat leerresultaten niet alles zeggen en perverse prikkels moeten worden voorkomen. Maar deze aanpassing neemt de kern van het probleem nog niet weg. Want zolang in het onderliggende onderwijsresultatenmodel een overstap van de theoretische naar de kaderberoepsgerichte leerweg blijft gelden als afstroom, blijft het frame intact: praktisch kiezen telt als verlies.
Het is daarom tijd voor een grondige herziening van het onderwijsresultatenmodel van de Inspectie. Niet alleen door de consequenties van een onvoldoende te verzachten, maar ook het model zelf te herijken op wat het zou moeten meten: of leerlingen op de plek zitten waar hun talenten tot bloei komen. Pas dan verdwijnt de prikkel om leerlingen tegen beter weten in op een theoretische route te houden. Scholen die leerlingen begeleiden naar de route die echt bij hen past, verdienen waardering in plaats van strafpunten.
Op onze school incasseren we liever een onvoldoende, dan dat we jongeren beletten praktisch te leren. Maar die onvoldoende is moeilijk uit te leggen en zou niet nodig moeten zijn. Praktisch onderwijs is niet minder dan theoretisch onderwijs. Integendeel: het is de ruggengraat van onze samenleving.
Wilco Leeflang is locatiedirecteur van Nuborgh College Oostenlicht in Elburg
Comments
Post a Comment