Het gesprek over Sam (uitgebreide versie)
Sam (gefingeerde naam) is 13 en valt uit op school (VO). Deze post pakt een gefingeerd gesprek op tussen de ouders en de school. Ik doe dit om aan te tonen waar de communicatieve valkuilen zitten. Die zijn namelijk meestal onopgemerkt, zeker tijdens het gesprek omdat de ouders supergeconcentreerd zijn om te kunnen opnemen wat er wordt gezegd, terwijl ze eigenlijk heel gespannen zijn. Wat er gezegd gaat worden is voor hen onverwacht, onvoorspelbaar en het raakt het diepste van hun wezen: hun kind.
Voor de school is er ongemak, omdat dit serieuze kwesties zijn, en omdat ze niet dagelijks voorvallen. Niettemin is het probleem voor de school veelal procedureel op te lossen, waardoor het menselijke aspect niet zo veel aandacht krijgt als geldt voor het gezin: de leerling komt mogelijk in een voor hem zeer ongewenste situatie terecht terwijl de ouders vertwijfeld en machteloos moeten toezien hoe de beslissing van de school het welzijn van hun kind nog meer beschadigt dan er al aan schade is ontstaan.
Ook heeft de school een voorsprong in die zin, dat er al overleg is geweest en het gesprek echt is voorbereid. Misschien is er al een besluit genomen, nog voordat de ouders worden uitgenodigd. Of men is een besluit aan het voorbereiden.
Dit gesprek is behoorlijk realistisch. Ik heb heb er al vele meegemaakt of gehoord van ouders. In deze paar zinnen komt de ongelijkheid en de eigenlijke agenda van de school duidelijk naar voren. Nogmaals, dit is een fictief gesprek.
In een andere post geef ik enkel het gesprek weer, mocht u daaraan behoefte hebben. Hier ook, maar ik plaats overal commentaar tussen (vergedrukt).
===============================================================
Situatie: gesprek op een VO-school tussen mentor, zorgcoördinator en ouders van een leerling (Sam).
Aanwezig:
Mevrouw De Vries (mentor)
Meneer Jansen (zorgcoördinator)
Vader van Sam
Moeder van Sam
De Vries: Fijn dat u er bent. We willen vandaag met u bespreken hoe het met Sam gaat op school en welke mogelijkheden we nog zien.
Vader: Nou, dat horen wij ook graag, want thuis gaat het eigenlijk best goed. Dus we begrijpen niet helemaal waarom dit gesprek nodig is.
Hier is eigenlijk al zichtbaar dat er a) een voorgeschiedenis is en dat b) deze communicatie met de ouders dus pas heel laat in het hele verhaal rond Sam naar voren komt. Dat is al een problematische start. Ouders voelen dat natuurlijk ook, ondergronds. Maar er worden geen woorden aan gegeven. De spanning in zo'n gesprek is al vanaf de eerste seconde aanwezig.
Vaak 'ziet' de school een ander kind dan thuis. Eigenlijk is dat altijd al het geval. School is nu eenmaal een andere wereld dan thuis. Dat verschil is over het algemeen tolereerbaar. Echter, het kan ook groter worden: een kind dat op school zich steeds meer terugtrekt, en laat zien dat het eigenlijk niet meer goed meekomt, terwijl het thuis gewoon zichzelf kan zijn... zoiets wordt vaak te laat opgemerkt. De ouders hebben geen reden om contact op te nemen met de school, waarom zouden ze? Thuis is hun kind zichzelf. En school is een onbekende wereld... hoe zou je moeten weten hoe het er daar echt aan toegaat? Maar op school gebeuren er dingen waar de school zich zorgen over maakt. Sam's emotionele welbevinden is al aan het zakken. Zal hij daarover beginnen naar zijn ouders toe? Grote kans van niet... maar het speelt ondergronds wel door...
Die afstand kan dus uitgroeien tot een kloof - dan is er al een problematische situatie ontstaan, nog voordat dit gesprek plaatsvindt. De kansen om het tij te keren slinken met de dag. Het kan maar één kant opgaan: de verkeerde. Een vulkaan op uitbarsten. Je weet alleen nooit wanneer.
Jansen: Op school zien we dat Sam moeite heeft om mee te komen in de klas. Hij is vaak afwezig, zowel fysiek als mentaal, en opdrachten worden niet afgerond.
Moeder: Maar hij zegt juist dat hij zich verveelt. Dat hij het niveau te laag vindt. Dat is toch iets anders dan “niet mee kunnen komen”?
De Vries: We herkennen dat beeld niet helemaal. In de lessen lijkt Sam juist af te haken. Hij doet niet mee en reageert soms helemaal niet als hij wordt aangesproken.
De ouders dragen een heel belangrijk element in het gesprek aan, namelijk (hun visie op) het motief van Sam. Hij verveelt zich, en het niveau is voor hem te laag. Duidelijk zat, zou je zeggen..... informatie die heel relevant is.
Hier wreekt zich meteen al - in de eerste paar zinnen - een overduidelijke discrepantie tussen wat de ouders aangeven over Sam en wat de school vindt. De ouders dragen belangrijke informatie aan over de binnenwereld van Sam. Afhaken en niet meedoen komt ergens vandaan, en de ouders geven een kristalhelder antwoord op die vraag. Dit is ook heel makkelijk uit te zoeken: gewoon Sam vragen! Maar de school doet hier eigenlijk niets mee. De school doet geen moeite om te proberen de visie van de ouders tot zich te nemen, laat staan mee te nemen als een relevante observatie. De opmerking "We herkennen dat beeld niet helemaal" is codetaal voor "Wat u aandraagt, doet er niet toe. Wij doen hier niks mee. Wij hebben onze eigen visie op het gedrag van Sam en we zijn niet bereid om dat te herzien." De school luistert niet naar de informatie van de ouders. De machtsbalans tussen school en ouders komt hier op een zeer subtiele wijze naar voren. Hier is geen uitwisseling van informatie, maar het opdringen van een eigen narratief waarvan geen millimeter wordt afgeweken. De subliminale boodschap van de school is: "Wij luisteren niet naar u. U bent niet belangrijk." Dit is een gesprek dat eigenlijk geen gesprek is.....
Vader: Misschien omdat hij zich niet uitgedaagd voelt? Hij heeft meer nodig. Hebben jullie daar naar gekeken?
"Hij doet niet mee" brengt me terug naar mijn eigen jeugd: dit is typisch taalgebruik dat in de straat wordt gebruikt. Je doet mee met een spelletje met de andere kinderen - uit eigener beweging, omdat je daar zin in hebt. Spontaan, los, niet gebonden aan verpichtingen.
Maar de echte boodschap is hier natuurlijk anders. "Hij doet niet mee" is codetaal voor: hij moet meekomen in het gareel. Dat is de eigenlijke boodschap. En dat is een verplichting, geen eigen keuze. Als er wordt gezegd "hij doet niet mee" lijkt het alsof het om een spelletje voetbal op straat gaat. We hebben het toch zo gezellig, samen? Maar ja hij doet weer eens niet mee. Een impliciet verwijt. Subtiel taalgebruik.
Kinderen voelen de hieronderliggende verplichting haarfijn aan - dit werkt heel demotiverend. Het spreekt hun eigen leerbehoefte niet aan. Ze voelen zich niet gezien. Daardoor haken ze inderdaad af. Veel mogelijkheden hebben ze dan niet om te laten zien dat ze het niet leuk vinden: afhaken, niet meedoen. De analyse van de ouders is correct. De school begrijpt dit soort innerlijke processen niet en "ziet" enkel het afhaken - en postuleert dit als een probleem dat bij het kind hoort, maar in feite is het omgekeerd: de school is niet in staat - en heeft geen behoefte - om aan te sluiten bij de werkelijke behoefte. Het programma moet hoe dan ook uitgevoerd worden. Een leerling die daarin niet meegaat, is "dus" een spelbederver - een probleemleerling. En "dus" ligt de oorzaak bij de leerling, nooit bij de school. Dat is onmogelijk.
Jansen: We hebben vooral gekeken naar wat Sam nodig heeft om überhaupt aan te sluiten bij de les. Op dit moment lukt dat onvoldoende, ondanks extra ondersteuning.
"Wat Sam nodig heeft"? Ze bedoelen: wat wij invullen dat Sam nodig heeft. Heeft de school hierbij ook gesproken met Sam zelf? Ik vermoed van niet, anders had de school dit wel vermeld in dit gesprek. En wat heeft Sam dan gezegd zelf nodig te hebben? En wat is 'aansluiten bij de les'? Dat is feitelijk 'meelopen in het gareel.'
Moeder: Maar wat voor ondersteuning dan? Want wij horen daar thuis weinig concreets over.
De Vries: We hebben hem extra uitleg aangeboden en hem vaker individueel aangesproken.
Extra uitleg suggereert, dat de school aanneemt dat daar een probleem ligt. Heeft de school dat wel gecheckt? Is het een kwestie van de lesstof niet begrijpen? Dat suggereert een leerling die achterloopt in het tempo, en bepaalde onderdelen van de lesstof niet kan bijhouden. Het klassieke geval van de leerling die het niveau van de klas niet haalt. Maar hier spelen enkel aannames een rol, en eenzijdige beelden van een leerling die hoogstwaarschijnlijk intellectueel verder is dan de lesstof - een werkelijkheid die voor scholen lastig te volgen is.
Ik acht de kans 99% dat de school de echte oorzaak van het probleem niet eens heeft willen achterhalen, omdat de eigen aannames al "voldeden". Dit is een Red Flag. Een gigantische valkuil, waardoor veel informatie gemist wordt. Het volgen van de eigen aannames is een doodzonde omdat het de blik op de werkelijkheid vertroebelt. Met zo'n Red Flag ontspoort de hele zaak.
Vader: Dat klinkt eerlijk gezegd niet als maatwerk. Hij heeft geen “extra uitleg” nodig, hij heeft verdieping nodig.
Jansen: Wij zien dat anders. Sam laat basisopdrachten al liggen. Dan is verdieping niet het eerste waar we aan denken.
Dit is een klassieke fout die scholen hardnekkig blijven maken. De crux zit in het woordje "al". Er zit een aanname in, dat ingewikkelde vraagstukken pas aan de orde zijn wanneer eerst de simpele zijn behandeld. Dat is een kardinale fout in het reguliere, schoolse denken over leren. Deze kinderen gaan pas 'aan' wanneer het ingewikkeld wordt. Ze leren top-down, d.w.z. vanuit de grote lijnen en dalen dan af naar de details. Logisch dat de school niet denkt aan verdieping: dat past immers niet in het "boekje" van de school. Daar zijn tienduizenden kinderen elk jaar weer het slachtoffer van. Een niet-hoogbegaafde leraar snapt de hoogbegaafde mind niet. En heeft ook niet het besef, om dat te onderzoeken. Het bestaat eenvoudig niet? Bovendien "ik heb ervoor geleerd dus ik weet hoe het moet".
Zo kweek je thuiszitters.
Moeder: Maar hij laat die opdrachten liggen omdat hij ze zinloos vindt!
De Vries: Dat kan zo zijn, maar op school verwachten we wel dat leerlingen de opdrachten maken, ook als ze die niet interessant vinden.
Oef! Weer een Red Flag. Dit is een schoolsysteem dat van te voren volgens een bepaalde rigide systematiek wil dat de leerlingen aan "de orde der dingen" beantwoorden. Gehoorzaamheid is belangrijker dan de eigen ontwikkeling. Dit heeft feitelijk niet meer met leren te maken, maar met het volgzaam uitvoeren van een vaststaand programma. Het kind zelf, z'n interesses en voorkeuren is niet relevant.
Vader: Dus u zegt eigenlijk: hij moet zich aanpassen aan het systeem, in plaats van dat het systeem kijkt wat hij nodig heeft?
Jansen: We proberen binnen onze mogelijkheden aan te sluiten, maar er zijn grenzen aan wat wij kunnen bieden.
Deze zin lijkt uit een soort la met vastliggende cliché-uitspraken te komen. Ik heb hem al talloze malen gehoord. Dit is een aaneensluitende ketting van dooddoeners. Passief taalgebruik. Hulpeloosheid als excuus. Nietszeggende diplomatie, die bovendien naar binnen gekeerd is: als de school communiceert dat er grenzen zijn aan wat de school kan bieden, is dat taalkundig gezien een verexcusering voor de eigen passiviteit (of gewoon onwil). Het is passief geformuleerd, niet actief. Er zit een neiging in om de eigen mogelijkheden al van te voren kleiner te maken. Als de school had gezegd "We hebben allerlei mogelijkheden geprobeerd aan te spreken (er zijn namelijk zeker meer mogelijkheden, binnen de wet Passend Onderwijs, en er zijn ook budgetten voor specialistische begeleiding [lh]) en met tal van deskundigen en instanties gesproken, maar helaas kwam daar geen positieve uitslag uit" dan was de toon van het gesprek anders geweest. Maar eigenlijk vermoed ik dat de school dat helemaal niet heeft gedaan. Er is extra uitleg gegeven en Sam is individueel aangesproken (ik ben wel benieuwd of dat aanspreken hem heeft geholpen of zijn toch al broze zelfvertrouwen verder heeft beschadigd).
Moeder: Welke grenzen dan precies? Want dat blijft nogal vaag.
Jansen: We hebben niet de capaciteit om individueel maatwerk op dat niveau te bieden binnen deze setting.
Vader: Dus omdat het lastig is, moet hij maar weg?
De Vries: Zo willen we het niet formuleren. We zien alleen dat de huidige situatie voor Sam niet werkt.
Moeder: Maar jullie maken het niet werkend.
Jansen: We hebben verschillende interventies ingezet, maar zonder het gewenste effect.
De ingezette interventies zijn a) sterk ingekleud en eenzijdig, b) erg mager - slechts 2 interventies, waarvan één al niet gecheckt en dus verkeerd en de ander (aanspreken) hoogstwaarschijnlijk met een dwingend karakter "je moet wel meedoen anders..."[lh] ik vul dit nu in maar herken vele situaties) c) niet gecheckt met Sam zelf d) heel sterk vanuit routine.
Ook is er niet gezegd: "Wij weten het niet meer, maar we gaan zoeken naar andere mogelijkheden, ook al weten we niet precies waar die te vinden zijn". Stel je voor dat een school bij de ouders te rade zou gaan! Dat zou een doorbraak zijn! Ik heb het nog nooit meegemaakt of gehoord. Onderwijsmensen zoeken nooit buiten het onderwijs. Heel merkwaardig. Ook hier weer: als je, nu je dit leest, dit wel hebt meegemaakt, laat het me weten! Ik zit graag fout.
Er is niet met een open blik gezocht naar oplossingen die tot nog toe vanuit de ervaringswereld van de school onbekend zijn, maar mogelijk wel werkend. Dat heb ik sowieso nog nooit meegemaakt. Ouders daarentegen zoeken ook en vinden gelukkig soms wel degelijk gerichte, effectieve hulp. Probleem is alleen dat die hulp ook meestal geld kost - en dus voor de meesten onbereikbaar is. Ik heb het nog nooit meegemaakt dat een school die hulp adopteert. Dus als u daar een voorbeeld van kent, laat het me weten!
Gewenste effect - over wiens gewenst effect gaat het hier? Wat is een gewenst effect? Dat Sam meedraait in het gareel? Of dat hij weer met plezier naar school gaat?
Vader: Volgens mij praten we langs elkaar heen. Jullie focussen op wat hij niet doet, wij op waarom hij het niet doet.
De Vries: Dat is een verschil in perspectief, ja.
Moeder: En ondertussen zit hij wel klem.
Jansen: Daarom denken wij dat een andere onderwijsplek beter zou kunnen aansluiten bij zijn behoeften.
Vader: Of jullie hebben hem gewoon al opgegeven.
De Vries: Dat is niet onze intentie, maar we moeten ook realistisch zijn.
Moeder: Realistisch voor wie?
(korte stilte)
Jansen: Voor Sam, uiteindelijk.
Vader: Zo voelt het niet.
Einde gesprek
Tot slot:
- het gesprek voelt onwerkelijk, alsof je in een parallel universum zit naast de "echte" werkelijkheid
- ouders worden niet serieus genomen
- "praten met" de ouders is meer de ouders "informeren": in feite kan net zo goed het (al genomen) besluit worden medegedeeld. Dan is 1 zin genoeg
- de reden dat er nog een "gesprek" aan vooraf moeten gaan lijkt eerder dat het de bedoeling is om protest en strijd vanuit de ouders te voorkomen dan iets anders (hoe beperkt de mogelijkheden tot protest ook zijn want het komt bijna nooit voor dat een ouder succesvol een andere route weet af te dwingen)
- er is geen uitleg gegeven over de werking van Passend Onderwijs, de rol van de school, de mogelijke paden die bewandeld zijn of nog kunnen worden. De ouders vertrekken even ongeïnformeerd als ze bij aanvang al waren
- het is overduidelijk dat er al een besluit is genomen - en dat er geen enkele ruimte is om daar anders tegenaan te kijken
- er is een zeer grote kans dat Sam naar een SO-school moet gaan. Over het algemeen zijn SO-scholen goed voor kinderen links in het IQ-spectrum. Sam zit overduidelijk aan de rechterkant. Daartoe zijn SO-scholen ten enen male niet toegesurt. Dit is een ticket naar ellende.
- het bekostigde onderwijs heeft nog steeds een enorme moeite om hoogbegaafden te bedienen. Dat is een red flag op zich.
- ik denk dat een kwart van alle schoolkinderen gebaat is bij hybride onderwijs: deels in school, deels buiten in de natuur, deels online. Nu het onderwijs nog......
Comments
Post a Comment