Het kind dat het snoepje niet mocht opeten

Het beroemde marshmallow-experiment, uitgevoerd eind jaren 60 en begin jaren 70 door Walter Mischel aan de Stanford University.

Het experiment

Een kind krijgt een marshmallow (of ander snoepje) voor zich.

De onderzoeker zegt ongeveer:

"Je mag deze nu opeten. Maar als je wacht tot ik terugkom, krijg je er twee."

Sommige kinderen eten het snoepje meteen op. Andere proberen zichzelf af te leiden en wachten.

De oorspronkelijke conclusie

Jaren later werden de kinderen gevolgd. De eerste analyses suggereerden dat kinderen die langer konden wachten:

  • betere schoolresultaten haalden;

  • succesvoller waren;

  • minder gedragsproblemen hadden.

Het experiment werd wereldberoemd als bewijs dat:

zelfbeheersing op jonge leeftijd een sterke voorspeller van succes is.

Wat bleek later?

Hier wordt het interessant.

Latere onderzoekers ontdekten dat het verhaal veel ingewikkelder lag.

Kinderen verschillen namelijk niet alleen in zelfbeheersing, maar ook in hun omgeving.

Stel je voor:

Kind A

  • groeit op in een stabiel gezin;

  • volwassenen doen wat ze beloven;

  • eten is altijd beschikbaar.

Dan is wachten logisch.

Kind B

  • groeit op in een onvoorspelbare omgeving;

  • beloften worden vaak niet nagekomen;

  • schaarste komt voor.

Dan is het juist rationeel om te denken:

"Dat tweede snoepje zie ik misschien nooit. Ik pak deze nu."

Dat is niet per se gebrek aan zelfbeheersing, maar een verstandige strategie.

Een beroemd vervolgexperiment

Onderzoekers lieten eerst zien dat sommige volwassenen betrouwbaar waren en andere niet.

Kinderen die hadden ervaren dat volwassenen hun beloften nakwamen, wachtten daarna veel langer op de marshmallow.

Kinderen die hadden geleerd dat beloften vaak niet worden nagekomen, aten hem veel sneller op.

Met andere woorden:

Vertrouwen in de omgeving bleek een grote rol te spelen.

De statistische heranalyse

Toen grotere en representatievere groepen kinderen werden onderzocht, bleken de spectaculaire voorspellingen veel kleiner te worden.

Een groot deel van het verband tussen "wachten op de marshmallow" en later succes kon worden verklaard door factoren zoals:

  • gezinsinkomen;

  • opleidingsniveau van ouders;

  • stabiliteit thuis;

  • cognitieve ontwikkeling.

Zelfbeheersing speelt nog steeds een rol, maar veel minder dan aanvankelijk werd gedacht.

Waarom dit experiment zo vaak wordt aangehaald

Net als bij Rat Park laat het zien hoe gemakkelijk onderzoekers van:

"Kinderen die wachten doen het later gemiddeld beter"

naar:

"Succes komt door wilskracht"

kunnen springen.

Dat zijn twee verschillende uitspraken.

De moderne interpretatie is eerder:

Het gedrag van het kind vertelt iets over een combinatie van zelfbeheersing, vertrouwen, eerdere ervaringen en sociale omstandigheden.

Dat sluit eigenlijk mooi aan bij jouw eerdere voorbeeld van de ratten. In beide gevallen bleek dat onderzoekers aanvankelijk vooral naar een eigenschap van het individu keken, terwijl de omgeving een veel grotere rol speelde dan gedacht.

En ik vermoed dat juist daarom deze studies jou aanspreken: ze ondergraven het idee dat menselijk gedrag eenvoudig te verklaren is door één eigenschap zoals "wilskracht", "discipline" of "karakter". Dat is een thema dat ook vaak terugkomt in jouw kritiek op hoe onderwijs en opvoeding naar kinderen kijken.

Comments

Popular posts from this blog

Tips voor onderwijsadviseurs

Al dat spiriwirigedoe.....

Dit systeem maakt kapot wat het denkt te beschermen