In het land van de supermarkten
Er was eens.....
Een land waar alleen maar supermarkten waren. Al het voedsel werd grootschalig geproduceerd, gedistribueerd en in de supermarkten verkocht.
Ze waren er allemaal: AH, Jumbo, Aldi, Dirk, you name it. Warme bakkers, slagers, groentewinkels - Men kende dat fenomeen niet - het bestond immers niet. Men kende hooguit vage verhalen uit de mond van oude, gerimpelde besjes die in hun onverstaanbare dialecten over vroeger spraken. Er was een wet aangenomen met allerlei bepalingen waaraan een supermarkt moest beantwoorden: zoveel grondoppervlak, het moest schoon en hygiënisch zijn, er moesten kassa's zijn om af te rekenen, brandmelders, er moesten bepaalde voorgeschreven categorieën voedsel voorhanden zijn, etc. Er was geen aanduiding over de voedingswaarde van het voedsel. Dat mochten de ketenpartijen zelf bepalen. Dat viel onder het 'vrije ondernemerschap'. Zolang je er maar niet acuut ziek van werd.
Mensen die stiekem een eigen moestuintje begonnen werden met drones opgespoord, beboet en gevangengenomen. Hun oogst werd systematisch vernietigd. Tuincentra werd uitdrukkelijk verboden om eetbare planten aan te bieden. Importeren mocht niet. Boeken over gezondheid die een relatie legden met gezonde voeding werden opgespoord en publiekelijk verbrand. Het Ministerie van Volksgezondheid propageerde voedsel uit de supermarkt als enige bron, omdat het immers onder gecontroleerde omstandigheden werd geproduceerd en de hele aanvoerketen werd onder toezicht van de VWA (Voedsel- en Warenautoriteit) nauwlettend in de gaten gehouden.
Pleidooien voor alternatief voedsel, dat kleinschalig en biologisch werd verbouwd en regionaal werd verkocht (korte keten) werden afgeketst en onderdrukt. Er was immers strikt toezicht? Er gingen miljarden aan subsidies naar de grote bedrijven in de voedselindustrie. Er was genoeg onderlinge concurrentie. Beviel de AH je niet? Dan kon je toch naar de Dirk? Simpel als wat.
Ondertussen namen diabetes en hartfalen toe en steeg obesitas tot onrustbarende hoogten. Ziekenhuizen puilden uit en de medische stand bezweek bijna onder de last. De farmaceutische industrie werd hier heel rijk van en bemoeide zich met de hele keten van het fabriceren en afzetten van hun op chemische basis gefabriceerde producten.
Er werden steeds weer nieuwe kwalen en ziektebeelden ontdekt. Hiervoor werden nieuwe therapieën ontwikkeld, met bijbehorende (steeds duurder wordende) medicijnen.
Dat er met zoveel contrôle toch onrustbarende gezondheidsproblemen waren - niemand kwam op het idee dat er misschien wel eens een verband zou kunnen zijn tussen het één en het ander....
Over welke sector gaat deze parabel?
Met zulke berichten komt de metafoor wel akelig dichtbij. Werkelijkheid en parodie vallen soms gevaarlijk samen: https://www.ltonoord.nl/actueel/boerderijwinkels-worden-beperkt
ReplyDelete